Met droefenis maken wij bekend dat president Jeffrey R. Holland, president van het Quorum der Twaalf Apostelen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, vandaag om vandaag om 27 december 2025 is overleden. Hij was 85 jaar.
President Holland is op 23 juni 1994 apostel geworden. Tot die datum was hij algemeen zeventiger (1989–1994). Voordat hij de kerk voltijds ging dienen, was president Holland president van de Brigham Young University (1980–1989), commissaris van de kerkelijke onderwijsinstellingen (1976–1980) en decaan van het College of Religious Education van de BYU (1974–1976). Hij behaalde een bachelors- en een mastersgraad in respectievelijk de Engelse taal en in godsdienstonderwijs, beide aan de BYU. Hij behaalde aan Yale vervolgens nog een masters- en een doctorsgraad in amerikanistiek.
‘Ik heb president Holland liefgehad sinds ik [pas op zending was]’, aldus ouderling Quentin L. Cook van het Quorum der Twaalf Apostelen, die president Holland begin jaren 1960 in Groot-Brittannië enige tijd als zendingscollega had. Ouderling Cook zegt dat het hem opviel dat de toen 20-jarige ouderling Holland opvallend welbespraakt was. Hij had een ‘fantastisch’ talent om in het evangelie te onderwijzen en had ‘enorme geestelijke diepgang’, volgens ouderling Cook. ‘Hij was toen al erg goed, en er [was] in de kerk niemand zo goed in het onderwijzen.’
Net als apostelen in de tijd van het Nieuwe Testament worden apostelen van de Kerk van Jezus Christus als bijzondere getuigen van de Heiland van de wereld geroepen. President Holland was een van de vijftien mannen die wereldwijd toezien op de groei en ontwikkeling van de kerk die nu ruim 17 miljoen leden telt.
Download PhotoZijn vrouw, Patricia Terry, is op 20 juli 2023 overleden. Hij laat drie kinderen achter, dertien kleinkinderen en verscheidene achterkleinkinderen.
Opgevoed in een thuis waar hij zich geliefd wist
Wie voor het eerst met president Holland kennismaakte, kreeg het gevoel dat hij hem zijn hele leven al kende. Men kreeg een stevige handdruk, een warme klop op de rug, een hartelijke, innemende glimlach, en een enthousiast maar oprecht ‘Hoe gaat het?’
Zijn oprechte liefde voor andere mensen was slechts een van de eigenschappen die deze apostel van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zo doeltreffend maakten in zijn verkondiging van het evangelie van Gods Zoon. President Holland ‘bezit grote geestelijke diepgang en buitengewone fijnzinnigheid. [Hij] bouwt mensen altijd op, verheft ze en geeft ze het gevoel dat hij met ze begaan is’, merkte president James E. Faust (1920–2007) van het Eerste Presidium van de kerk eens op. ‘Hij heeft het geweldige vermogen om mensen het gevoel te geven dat ze zijn allerbeste vrienden zijn.’
President Holland, die op 3 december 1940 in St. George (Utah, VS) geboren is, in het gezin van Frank D. Holland en Alice Bentley Holland, beschreef zijn jeugd als een fijne, vredige tijd in een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kende. ‘Ik kon in dat plaatsje gewoon niet in de problemen komen, al had ik dat gewild. Mijn moeder zou ervan afgeweten hebben voordat ik zelfs maar thuis was gekomen’, grapte hij eens.
President Holland groeide op in een gezin waar humor en oprechte genegenheid voor anderen vooropstonden. ‘Ik voelde me altijd geliefd. Geen enkel kind had ooit om meer liefde kunnen vragen’, zei hij.
Die liefde voor zijn naasten en voor het leven leidde bij de jonge Jeffrey tot een passie voor sport. Hij speelde in St. George in alle mogelijke sportploegen, maakte aan de middelbare school Dixie High School deel uit van de American football- en honkbalploegen die staatskampioen werden, en hij ontving onderscheidingen voor zijn verdienste in American football, basketbal, atletiek en honkbal.
‘Sporten was de voornaamste bron van vreugde in mijn jonge leven’, aldus president Holland. ‘Ik speelde in elke denkbare sportploeg.’
Zijn gezin met Patricia Terry
Maar hij was niet te geconcentreerd op het sporten om Patricia Terry tussen de andere cheerleaders aan de zijlijn op te merken. Ze begonnen op de middelbare school te daten en traden op 7 juni 1963 in het huwelijk. Zij hadden een unieke relatie waarmee ze elkaar in hun verschillende kerktaken vormden en opbouwden.
Patricia Holland was een begaafd zangeres, schrijfster en spreekster. Maar volgens president Holland stond haar gezin altijd op de eerste plaats, iets wat vooral belangrijk was toen president Holland president van de BYU was en ze samen op de campus drie tieners opvoedden.
‘Ik geef Pat voor het thuisfront alle eer’, zei president Holland, die ruim een dozijn boeken heeft geschreven, waarvan twee met Pat. ‘We hadden het al vroeg in ons leven best druk, en hadden altijd het gevoel dat er dingen van ons werden gevraagd voordat we voldoende kennis of wijsheid hadden opgedaan om ze te doen. […] Ze werkte hard om [onze kinderen] een normaal [leven] te geven, en legde sterk de nadruk op alles wat een gezin zou moeten doen en hebben, en wat ouders voor hun kinderen zouden moeten betekenen. […] Ik sta ervan versteld dat ze bereid was om voor mij, voor de kerk, voor de Heer en voor haar kinderen in het diepe te springen. Dat heeft ze altijd gedaan.’
Maar datzelfde kan van president Holland worden gezegd. Hij ruimde altijd zorgvuldig tijd in voor zijn drie kinderen, Matthew, Mary Alice en David. Matt zegt dat hij ‘vooral fijne herinneringen [heeft] aan de tijd die de familie aan tafel doorbracht. Elke avond was een soort gezinsavond, met volop plezier, complimenten, bemoediging, interessante gesprekken, getuigenissen, onderricht en uitingen van liefde. Je wist altijd dat pa het gelukkigst was als hij thuis bij zijn gezin was.’
Download PhotoPresident Holland zei dat hij een eenvoudige kijk op goed ouderschap had ontwikkeld. ‘Als je de liefde van de Heer in je leven hebt, als je weet dat het leven zin heeft, dat er vergeving bestaat en dat liefde de grootste kracht in het heelal is, dan is het veel makkelijker om gelukkig te zijn, en een milieu te scheppen waarin andere mensen gelukkig kunnen zijn.’
Een echte heer, wetenschapper en diplomaat – en leraar in hart en nieren
Zijn krachtige, onwankelbare geloof bloeide voor het eerst op toen hij als 19-jarige in Groot-Brittannië op zending ging. Hij noemde zijn zending het keerpunt in zijn leven dat zijn geloof in God voedde en een begin maakte aan een intensieve studie van, en waardering voor, het Boek van Mormon. Volgens president Holland had zijn zending daarom als gevolg dat ‘elk doel, gevoel of ideaal dat ik ooit had gehad ten goede veranderde of werd bevestigd’, waaronder de beslissing om later geen geneeskunde te studeren, maar na zijn terugkeer in Utah een loopbaan in het onderwijs te beginnen.
President Holland behaalde vervolgens aan Yale nog een masters- en een doctorsgraad in amerikanistiek. Toen president Holland eenmaal afgestudeerd was, sloeg hij enkele lucratieve aanbiedingen af en besloot hij in plaats daarvan terug te keren naar de kerkelijke onderwijsinstellingen om les te geven in zijn lievelingsonderwerp: het evangelie van Jezus Christus. Onderwijzen was niet zomaar een baan, maar een levenswijze.
Een van president Hollands zendingspresidenten, ouderling Marion D. Hanks (1921–2011), zei: ‘Jeffrey Holland is een geboren leerkracht. Hij is een echte heer, wetenschapper en diplomaat – maar hij benadert alles als leraar.’
President Holland wist toen nog niet wat zijn onderwijstalent hem in de toekomst op het gebied van kerktaken zou brengen. Zijn broer Dennis zegt: ‘Jeff wilde altijd al cursisten in een klas in het evangelie onderwijzen. Ik heb altijd geweten dat de Heer datzelfde doel voor hem in gedachten had, maar dat die klas en het aantal cursisten veel groter waren dan hij zich voorstelde.’
De klas van president Holland werd groter toen hij in 1976 commissaris van de kerkelijke onderwijsinstellingen werd, en toen hij in 1980 als de negende president van de Brigham Young University werd aangesteld. In die hoedanigheid voerde hij actie om 100 miljoen dollar in te zamelen, vierde hij met de universiteit successen in de sport (inclusief de landelijke overwinning van het American-footballteam van de BYU in 1984), en verdiende hij het respect van velen toen hij hevige protesten tegen de bouw van het BYU Jerusalem Center (voltooid in 1989) tot bedaren bracht.
President Holland was voorzitter van de American Association of Presidents of Independent Colleges and Universities, bestuurslid van de National Association of Independent Colleges and Universities, en lid van de National Collegiate Athletic Association’s President’s Commission. Voor zijn inzet om het wederzijdse begrip tussen christenen en joden te bevorderen, ontving hij de onderscheiding ‘Torch of Liberty’ van de Anti-Defamation League of B’Nai B’rith. Hij was ook bestuurslid van diverse maatschappelijke instellingen en bedrijven.
Als bijzondere getuige van Christus geroepen

President Holland werd in 1989 algemeen zeventiger. Vijf jaar later werd hij voor de rest van zijn leven als apostel van Jezus Christus geroepen. Op de dag dat hij apostel werd, beschreef hij tijdens een persconferentie op Temple Square hoe onverwacht de roeping om de rest van zijn leven aan de zaak van Christus te wijden, was gekomen.
‘De afgelopen uren waren bijna ondraaglijk’, zei hij op 23 juni 1994. ‘Ik kreeg deze roeping vanmorgen om half acht. […] President [Howard W.] Hunter verstrekte de roeping, voerde de formaliteiten in de tempel uit, gaf mij instructies, en gaf me mijn zegen. Hij deed dat allemaal. Zijn raadgevingen, aanwijzingen en zegen ontroerden mij ten diepste. […] En nu is het mijn voornaamste taak – in zekere zin mijn enige taak – om van de Heer Jezus Christus te getuigen. Al voel ik mij ontoereikend, het is de fijnste, de lonendste en de boeiendste opdracht die iemand in deze wereld kan krijgen. Ik wijd mijn leven aan dit werk.’
Pat, die hem altijd aanmoedigde, zei tijdens die persconferentie dat het geloof dat haar man in Jezus Christus had, zijn grootste goed als apostel zou zijn.
‘Niemand weet beter hoeveel geloof deze man heeft. Het is heel zuiver’, zei ze tegen de aanwezige journalisten. ‘Hij is een nederige dienstknecht van de Heer Jezus Christus.’
En dat is president Holland de daaropvolgende decennia gebleven. Zoals alle apostelen reisde hij over de hele wereld. Hij deed dat onder meer voor zijn bijzondere opdracht om twee jaar lang (2002–2004) leiding te geven aan de aangelegenheden van de kerk in Chili. ‘We zijn helemaal van Chili en de Chilenen gaan houden, en bij ons vertrek huilden we’, zei hij. ‘Maar zo gaat dat in de kerk. Het zijn de mensen, het is het geloof, het is de geestelijke ervaring en het is de band die je krijgt door voor andere mensen offers te brengen.’
Een van de vele andere opdrachten die president Holland uitvoerde, was president Russell M. Nelson in 2018 vergezellen op zijn eerste grote reis als leider van de kerk, waarbij ze in elf dagen acht steden in Europa, Afrika en Azië bezochten. Na het overlijden van president M. Russell Ballard werd hij in november 2023 waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen. Na de dood van president Nelson werd president Holland president van het Quorum der Twaalf Apostelen.
Download PhotoPresident Holland voerde met zijn unieke charme Christus’ opdracht uit om ‘voor koningen en heersers’ (Leer en Verbonden 1:23) het evangelie uiteen te zetten. Hij werd bijvoorbeeld verscheidene malen door barones Emma Nicholson (lid van het Britse Hogerhuis en oprichtster/voorzitster van de AMAR Foundation) uitgenodigd om in Windsor Castle te bespreken hoe vluchtelingen in deze tijd hun omstandigheden achter zich kunnen laten. De barones zegt dat ze het fijn vond om theologische gesprekken met president Holland te voeren omdat ‘hij leerkracht is’, en omdat zo’n dialoog voor hun samenwerking ‘van ongelooflijk groot belang’ was.
Heiligen der laatste dagen zullen zich de vele boeiende, welsprekende – en altijd hoopgevende – toespraken van president Holland herinneren. Hij gaf hoop aan de mensen die het moeilijk hadden met de beangstigende onzekerheid van de COVID-19-pandemie. Hij voelde mee met hen die worstelden met een psychische aandoening en deed zelfs een boekje open over een onverwachte ‘psychische klap’ die hij zelf ooit had gekregen. Hij sprak indringend over de gemoedsrust die ieder mens, waar ook ter wereld, in het Boek van Mormon kan vinden. En het was passend dat een van zijn laatste toespraken over hoop in Christus ging.
‘[Streef] standvastig in Christus voorwaarts, met volmaakt stralende hoop, en liefde voor God en voor alle mensen’, zei president Holland in januari 2023 tegen jongvolwassenen in de hele wereld, waarbij hij een Schrifttekst uit het Boek van Mormon citeerde. ‘Die stralende hoop, die voortkomt uit liefde voor God en voor alle mensen, die wensen we jou in dit nieuwe jaar toe. Die stralende hoop gaat vergezeld van de onbetwistbare fluistering dat God van je houdt, dat Christus je Voorspraak is, dat het evangelie waar is. Die stralen herinneren je eraan dat het evangelie er altijd is, elke dag, elk uur, een nieuwe kans, een nieuw leven, een nieuw jaar. Wat een wonder! Wat een geschenk! En dankzij Christus’ gave vloeien de mooiste dingen van het leven ons voortdurend toe als we blijven geloven, het blijven proberen en blijven hopen.’
Wat voor hoop hij in de loop van meer dan 25 jaar als apostel ook bood, in al zijn toespraken stond het evangelie van Jezus Christus centraal.
‘Het leven zal je uitdagen. Je zult moeilijkheden krijgen. Je zult diepe teleurstellingen meemaken’, schreef president Holland aan zijn volgers op sociale media bij het begin van de COVID-19-pandemie in maart 2020. ‘Dus waar je ook heengaat, kom eerst tot Christus. Sluit je verbonden met Hem en houd je eraan terwijl je je reis vervolgt.’
Download PhotoMisschien was president Hollands motivatie om zo persoonlijk en prettig met iedereen om te gaan – of dat nu in eigen persoon, vanaf het spreekgestoelte of via sociale media was – te vinden in zijn lievelingstekst, Leer en Verbonden 81:5: ‘Welnu, wees getrouw; handel in het ambt waartoe Ik u heb aangewezen; kom de zwakken te hulp, verhef de handen die slap neerhangen en sterk de knikkende knieën.’
President Holland was van mening dat apathie en misverstanden met betrekking tot Gods gaven de grootste problemen van onze tijd zijn. Daarom leerde hij andere mensen ‘veel te bidden, nederig en gehoorzaam te zijn, ernaar te streven zijn wil te doen en zijn weg te volgen, en dan weet u genoeg om de volgende stappen naar de rand van het licht te doen, misschien zelfs een of twee stappen het duister in te zetten, en dan zult u merken dat het licht voor de volgende stap verschijnt.’
Door mensen stap voor stap tot het licht van het evangelie te brengen, werd president Holland de soort leerkracht die Henry Adams als volgt heeft beschreven: ‘Een leerkracht heeft een eeuwige uitwerking: hij kan nooit weten waar zijn invloed ophoudt.’